Aan het eind van deze oefening kun je de omtrek berekenen van
verschillende eenheden door gebruik te maken van het metrisch
trappetje.
Doel: Bereken de omtrek door de randen op te tellen en reken de eenheid daarna om.
Waarom moet je eenheden gelijk maken?
Stel je voor: je voegt een plank van 1 meter en een blokje van 10 centimeter samen. Als je die zomaar optelt (1 + 10 = 11), klopt het antwoord niet. Zijn het 11 meters of 11 centimeters? Geen van beide!
Net zoals je appels en peren niet als één soort fruit kunt tellen, kun je meetwaardes nooit zomaar optellen tenzij je zorgt dat alles in exact dezelfde eenheid staat (bijvoorbeeld alles in centimeters of alles in meters).