Delen mag, kopiëren niet!
Respecteer het idee, op die manier kunnen wij werken aan mooi rekenen.
Aan het einde van deze rekenoefening kun je gegevens van een som in een verhoudingstabel zetten en gewoon goed uitrekenen.
Soms wil je uitrekenen om hoeveel mensen het gaat bij een bepaalde verhouding.
Stel: Je weet dat 2 op de 3 leerlingen een fiets heeft. Hoeveel leerlingen zijn dat dan in een klas van 30?
Stap 1: De Start. Schrijf de verhouding op (bijv. 2 met fiets, en 3 leerlingen totaal).
Stap 2: Het Doel. Schrijf de grote groep (het totaal, bijv. 30) op de onderste rij in de rechterkolom.
Stap 3: Vermenigvuldigen. Bedenk met welk getal (de factor) je moet vermenigvuldigen. (bijv. 3 x 10 = 30).
Sleep de juiste woorden naar de lege plekken in de zinnen om de/theorie compleet te maken.
1. Om een groot aantal makkelijk om te rekenen via een verhouding, gebruik je een .
2. De totale groep vul je meestal in op de rij.
3. Om te weten wat het antwoord is, ga je het startaantal .
4. Wat je in de tabel onder doet, doe je boven .