Delen mag, kopiëren niet!
Respecteer het idee, op die manier kunnen wij werken aan mooi rekenen.
Aan het einde van deze oefening kun je een breuk vereenvoudigen tot de kleinst mogelijke vorm, door de teller en noemer met de juiste gemene deler te delen.
Vereenvoudigen betekent de breuk 'zo klein mogelijk' maken, zonder de waarde te veranderen.
Je maakt eigenlijk een gelijkwaardige breuk. Of je nu 4 van de 8 stukken taart eet (4/8), of 1 van de 2 stukken (1/2)... Je hebt precies een halve taart op!
Je vereenvoudigt een breuk door de teller (boven) en de noemer (onder) door hetzelfde getal te delen.
Bijvoorbeeld: 48 → deel boven en onder door 2 → 24. (En dat kan nóg een keer door 2!)
Sleep de juiste woorden naar de lege plekken in de zinnen om de regel compleet te maken.
1. Vereenvoudigen is de breuk 'kleiner' maken, zonder de te veranderen.
2. Je doet dit door de (boven)...
3. ... én de (onder)...
4. ... door getal te delen.