Delen mag, kopiëren niet!
Respecteer het idee, op die manier kunnen wij werken aan mooi rekenen.
Aan het einde van deze oefening kun jij ongelijknamige breuken optellen.
Pak je uitrekenpapier erbij (of gebruik de knop linksonder)!
Om breuken bij elkaar op te tellen, moeten de noemers (de getallen onder de streep) gelijk zijn. Breuken met verschillende noemers noemen we 'ongelijknamig'.
Je kunt appels en peren niet zomaar optellen. Je moet er eerst 'fruit' van maken. Dat geldt ook voor breuken!
Stap 1: Gelijknamig maken. Zoek een getal dat in de tafel van beide noemers voorkomt. Dit wordt de nieuwe noemer. Reken de tellers om met een verhoudingstabel (wat je onder doet, doe je boven ook!).
Stap 2: Optellen. Tel de bovenste getallen (tellers) bij elkaar op. De noemer blijft hetzelfde.
Stap 3: Vereenvoudigen & Helen eruit halen. Kijk of je de breuk kleiner kunt maken. Is de teller groter dan de noemer? Haal dan de helen eruit.
Sleep de juiste woorden naar de lege plekken in de zinnen om de theorie compleet te maken.
1. Om breuken op te tellen, moeten de gelijk zijn.
2. Zoek hiervoor een gelijke uitkomst in de van beide getallen.
3. Bij het optellen tel je alleen de bij elkaar op.
4. Kijk aan het eind altijd of je het antwoord nog kunt .