Delen mag, kopiëren niet!
Respecteer het idee, op die manier kunnen wij werken aan mooi rekenen.
Aan het einde van deze oefening kun jij gelijknamige breuken optellen tot 1! Je leert eerst de tellers op te tellen en de breuk daarna te vereenvoudigen naar een heel getal.
Gelijknamige breuken hebben dezelfde noemer (het onderste getal).
Wanneer je deze breuken wilt optellen, tel je alleen de tellers (de bovenste getallen) bij elkaar op. De noemer blijft altijd hetzelfde!
Stap 1: Tel de tellers op
Bijvoorbeeld:
25 +
35. Je rekent uit: 2 + 3 = 5. De noemer was 5 en blijft 5. Het antwoord is 55.
Stap 2: Vereenvoudigen
55 = 1
Sleep de juiste woorden naar de lege plekken in de zinnen om de regel compleet te maken.
1. Bij gelijknamige breuken is de (onder) gelijk.
2. Bij het optellen tel je alleen de (boven) bij elkaar op.
3. De noemer verandert niet en blijft .
4. Als de teller en noemer gelijk zijn, is de breuk hele waard.